Veelgestelde vragen

Op deze pagina verzamelen we vragen die we vaker krijgen. Zo bieden we transparantie over wat iedereen bezighoudt en geven we de gelegenheid om aan de hand van vragen van jezelf en anderen een beeld te vormen over de totstandkoming van het ondernemersfonds in Meierijstad. Deze pagina is dus  ontworpen om je te voorzien van heldere informatie en om mogelijke onduidelijkheden weg te nemen.

Algemeen

Wat is een ondernemersfonds?

Een ondernemersfonds is een gemeentebreed fonds waarin jaarlijks middelen beschikbaar worden gesteld voor economische activiteiten die de lokale economie en het ondernemersklimaat versterken. De middelen worden vooral gebruikt voor gezamenlijke initiatieven van ondernemers, instellingen en andere organisaties, bijvoorbeeld op het gebied van:

  • promotie van bedrijventerreinen en winkelgebieden,
  • arbeidsmarkt en scholing,
  • duurzaamheid en energietransitie,
  • bereikbaarheid en mobiliteit,
  • innovatie, digitalisering en data,
  • leefbaarheid en veiligheid.

Het fonds is dus van, voor en door ondernemers en maatschappelijke instellingen, met ondersteuning vanuit de gemeente.

Waarom komt er een ondernemersfonds?

Met het ondernemersfonds willen we het economisch vestigingsklimaat in de hele gemeente Meierijstad versterken. Voor alle bedrijven binnen en buiten het centrum, op de bedrijventerreinen en in het buitengebied en de maatschappelijke organisaties (onderwijs, zorg, cultuur, sport) liggen er uitdagingen op het gebied van energie, duurzaamheid, arbeidsmarkt, mobiliteit, aantrekkelijke werkomgeving en uiteraard ook een gezonde economie. Goede samenwerking tussen de bedrijven, de ondernemersorganisaties, maatschappelijke organisaties én de gemeente is noodzakelijk om gezamenlijke oplossingen mogelijk te maken en biedt nieuwe kansen.

Een ondernemersfonds is het middel om die doelen te bereiken. Het fonds gaat de ondernemers de volgende voordelen gaat bieden:

  • Collectieve slagkracht: Bundeling van middelen en ideeën
  • Zekerheid en stabiliteit: Het fonds biedt structureel middelen in plaats van incidentele bijdragen
  • Bestedingsvrijheid: De ondernemers en instellingen stellen zelf de ambities en bestedingen vast.
  • Eerlijkheid en investeren naar rato: We dragen de investeringen met veel schouders. Ieder bedrijf/organisatie doet mee naar rato van de waarde van het vastgoed (eigenaar en/of gebruiker van een pand)
  • Gericht investeren: Ieder (trekkings)gebied krijgt een budget naar rato van de inleg
  • Hogere organisatiegraad: De organisatiegraad in de hele gemeente krijgt een boost. Daar waar nog geen organisatie is, zal met het fonds alsnog een bundeling van belangen plaatsvinden
  • Cross-overs: Meer samenwerking tussen profit en non-profit en delen van belangen
  • Nieuw kapitaal aantrekken: Het fondsgeld functioneert vaak als privaat prikkelgeld waarmee veel cofinanciering kan worden aangetrokken.

Wat zijn trekkingsrechten?

Trekkingsrechten bepalen hoeveel geld per gebied beschikbaar is op basis van de OZB-opbrengst uit dat gebied. Bijvoorbeeld:

  • 50% van de OZB-opbrengst komt vanuit de bedrijventerreinen in de gemeente Meierijstad. De bedrijventerreinen krijgen dan ook 20% van het fondsbedrag als trekkingsrecht.
  • Vanuit dat budget kunnen ondernemers op de bedrijventerreinen projecten indienen.

Zo blijft lokaal eigenaarschap behouden: ondernemers beslissen over hun eigen omgeving.

Zou het draagvlak onderzocht moet worden onder alle ‘niet woningen’ en niet alleen onder bedrijven en belangenorganisaties?

Draagvlak is, alhoewel gewenst, geen vereiste voor invoering van een ondernemersfonds. Een afdoende kwalitatieve onderbouwing en instemming van een groot aantal partijen zoals ondernemersverenigingen, toeristische platforms, brancheorganisaties maatschappelijke instellingen en bijvoorbeeld een sportraad geeft meer informatie dan een onderzoek onder individuele deelnemers.

De ervaring leert dat onderzoeken naar draagvlak vaak een vertekend beeld geven. Tegenstemmers laten zich meestal duidelijk horen, terwijl ondernemers die wel voordelen zien in een ondernemersfonds vaak stil blijven. Hierdoor is het risico groot dat het onderzoek geen compleet en eerlijk beeld geeft van hoe ondernemers echt denken.

Zelfs als het onderzoek een beeld oplevert, is dat geen garantie dat het draagvlak onder alle ondernemers aanwezig is. Uiteindelijk moet een ondernemersfonds gedragen worden door de betrokkenen, en dit kan het beste via duidelijke communicatie, overleg en een breed gedragen voorstel

In de werkgroep is een groot aantal partijen vertegenwoordigd. Daar wordt het gesprek aangegaan, worden vragen beantwoord en worden kansen onderzocht. De vertegenwoordiging kan naar believen haar achterban raadplegen. Daarnaast worden door de werkgroep openbare informatiebijeenkomsten georganiseerd dit voorjaar.

Hoe zien de trekkingsgebieden eruit?

In het voorstel dat eind 2025 aan de gemeenteraad was toegezonden werd uitgegaan van onderstaande trekkingsgebieden en trekkingsrechten (budgetten). Aangezien besluitvorming is uitgesteld, kan het ook zijn dat er wijzigingen gaan plaatsvinden in de samenstelling van de trekkingsgebieden. Onderstaande betreft dus een mogelijke invulling:

Budget
Aansturing
Trekkingsgebied
€ 889.000
POM
Bedrijventerreinen
€ 609.000
Platform gemeentebreed
Gemeentebreed, buitengebied & kernen
€ 31.000
Centrummanagement
Centrum Veghel (BIZ-gebied)
€ 22.000
Centrummanagement
Centrum Schijndel (reclamebelastinggebied)
€ 33.000
Centrummanagement
Centrum Sint-Oedenrode (BIZ-gebied)
€ 32.000
Stichtingsbestuur
Organisatiekosten

Ontstaan er grote verschillen waarbij met name de bedrijventerreinen profiteren van de opbrengsten?

In het rapport van Blaauwberg en de presentatie van POM op 25 november 2025 is een overzicht op genomen van de ‘opbrengsten en bijdragen van het ondernemersfonds per trekkingsgebied. Daaruit blijkt dat met name heel veel inkomsten worden gegenereerd voor de bedrijventerreinen (en het veel grotere gebied: gemeentebreed, buitengebied en kleine kernen). Dit terwijl de centra slechts tussen de 22.000 en 33.000 ontvangen. Is het dan zo dat hier erg grote verschillen ontstaan waarbij met name de ‘bedrijventerreinen’ profiteren van de opbrengsten?

Nee, ieder trekkingsgebied (die op dit moment nog niet zijn bepaald) krijgt een budget naar rato van de inleg. Hoe groter het trekkingsgebied, met hoe meer niet-woningen, hoe groter de inleg maar ook de opbrengsten. De trekkingsgebieden zijn overigens nog niet definitief bepaald.

Wat als een gebied niets wil doen?

Als een gebied geen plannen indient, blijft het budget gereserveerd. Trekkingsrechten kunnen worden meegenomen naar een volgend jaar of worden ingezet voor bovenlokale projecten als de lokale aansturing van dat budget dat goedkeurt. Er is dus geen verlies van middelen, maar wel een stimulans om actief aan de slag te gaan.

Financiering en hoogte bijdragen

Hoe wordt het ondernemersfonds gefinancierd?

Het fonds wordt gefinancierd via een verhoging van de OZB voor niet-woningen (bedrijven, kantoren, instellingen). De gemeente int de middelen via de OZB-aanslag en stort deze vervolgens jaarlijks in het ondernemersfonds. De OZB-verhoging geldt alleen voor eigenaren en gebruikers van niet-woningen. Particulieren en woningen worden niet belast.

Hoe wordt de verhoging van de OZB voor niet-woningen bepaald?

Het ondernemersfonds wordt gevoed door een verhoging van de OZB voor alle ‘Niet-woningen’ in onze gemeente. Hoe wordt dit bepaald? Worden b.v. alle ondernemingen, maatschappelijke en culturele instellingen en sportverenigingen die in de KvK zijn ingeschreven als ‘niet-woning’ aangeslagen? Dus b.v. ook alle bedrijven en beroepen aan huis, zoals tandartsen, kantoren aan huis enz.?

De categorie ‘Niet-woningen’ in de onroerendezaakbelasting (OZB) wordt bepaald door de wet en betreft alle panden die geen woonfunctie hebben. Dit betekent dat gebouwen zoals kantoren, winkels, bedrijfspanden, maatschappelijke instellingen, culturele instellingen en sportverenigingen hieronder vallen.

De OZB wordt geheven op basis van de bestemming of het gebruik van het vastgoed, niet op basis van de inschrijving bij de Kamer van Koophandel. Een pand dat deels wordt gebruikt als woning en deels als bedrijf, kan in de regels worden opgesplitst. Het woongedeelte valt dan onder de OZB ‘Woningen’ en het zakelijke gedeelte onder de OZB ‘niet-woningen’.

Een bedrijf aan huis is ondergeschikt aan de hoofdfunctie; wonen en draagt daarom niet bij aan het ondernemersfonds mits het woongedeelte 70% of meer van de WOZ-waarde is. Is dit niet het geval dan is het een niet-woning en zal het wel bijdragen aan het ondernemersfonds.

Waarom via de OZB en niet via vrijwillige bijdragen?

De OZB-systematiek is efficiënt, eerlijk en uitvoerbaar. Bij vrijwillige bijdragen doen meestal alleen de actieve ondernemers mee, waardoor gezamenlijke projecten moeilijk te financieren zijn. Door de OZB-constructie:

  • draagt iedere ondernemer naar rato van zijn WOZ-waarde bij
  • kunnen collectieve voorzieningen structureel worden gefinancierd
  • ontstaat continuïteit en stabiliteit voor meerjarige plannen en samenwerkingen.

Hoe groot is de verhoging van de OZB?

De exacte hoogte wordt per gemeente bepaald, maar ligt in veel gemeenten tussen de € 50 en € 90 per € 100.000 WOZ-waarde. Concreet voorbeeld (indicatief):

  • Bedrijfspand WOZ-waarde € 500.000
  • Verhoging € 60 per € 100.000 WOZ-waarde = € 300 per jaar.

De opbrengst van de OZB-verhoging vloeit volledig terug naar het ondernemersfonds.

Hoe hoog is de opbrengst per trekkingsgebied?

In het voorstel dat eind 2025 aan de gemeenteraad was toegezonden werd uitgegaan van onderstaande trekkingsgebieden en trekkingsrechten (budgetten). Aangezien besluitvorming is uitgesteld, kan het ook zijn dat er wijzigingen gaan plaatsvinden in de samenstelling van de trekkingsgebieden. Onderstaande betreft dus een mogelijke invulling:

Budget
Aansturing
Trekkingsgebied
€ 889.000
POM
Bedrijventerreinen
€ 609.000
Platform gemeentebreed
Gemeentebreed, buitengebied & kernen
€ 31.000
Centrummanagement
Centrum Veghel (BIZ-gebied)
€ 22.000
Centrummanagement
Centrum Schijndel (reclamebelastinggebied)
€ 33.000
Centrummanagement
Centrum Sint-Oedenrode (BIZ-gebied)
€ 32.000
Stichtingsbestuur
Organisatiekosten

Wie gaat de OZB verhoging betalen: de (vastgoed)eigenaren of gebruikers?

De OZB kent een eigenaar- en een gebruikersdeel. Beide partijen betalen.

Kan een ondernemer bezwaar maken tegen de OZB-verhoging?

Bezwaar tegen de OZB-verhoging zelf kan alleen via de gebruikelijke gemeentelijke bezwaarprocedure. Wel wordt vooraf – bij invoering of herijking van het fonds – intensief overleg gevoerd met ondernemersorganisaties, om uitleg te geven en draagvlak te verkrijgen. De gedachte is dat de bijdrage ten goede komt aan de ondernemers en instellingen zelf, via gezamenlijke projecten en meerwaarde voor de lokale economie.

Is het mogelijk om gebieden aan te wijzen waarvoor de OZB-verhoging wel / niet geldt?

Nee, de OZB-verhoging geldt voor alle niet-woningen binnen de gemeente. Selectieve toepassing is juridisch niet mogelijk binnen het huidige belastingstelsel.

Alle niet-woningen die OZB-plichtig zijn hebben eenzelfde tarief en betalen dus mee (dus ook de non-profit sector). Kerken en andere geloofshuizen vallen onder de zogenaamde OZB vrijstelling. Zij hoeven dus in zijn geheel geen OZB te betalen. In de OZB-verordening is opgenomen welke soorten onroerende zaken hier nog meer onder vallen.

Differentiatie binnen het tarief is onder andere niet mogelijk omdat eventuele extra vrijstellingen zouden moeten worden opgenomen in de verordening onroerendezaakbelastingen 2027. De vrijstellingen zouden dan meteen ook gelden voor de hele onroerendezaakbelastingen voor gebruik en eigendom. Hierin kan namelijk, zoals gezegd, geen onderscheid worden gemaakt. De Gemeentewet staat ook geen tariefdifferentiatie binnen de categorie ‘niet-woningen’ toe. Het is juridisch niet toegestaan om binnen de OZB-verordening uitzonderingen te maken voor specifieke ondernemers of instellingen.

Zijn er in de definitie van ‘Niet wonen’ mogelijkheden om ondernemers vrij te stellen van de OZB-verhoging?

De definitie van ‘niet-wonen’ binnen de onroerendezaakbelasting (OZB) wordt bepaald door de wet. Onder ‘Niet-wonen’ vallen bijvoorbeeld winkels, kantoren, bedrijven en andere objecten waarin niet wordt gewoond. Binnen die definitie is er geen ruimte om ondernemers vrij te stellen van een OZB-verhoging. De OZB-tarieven worden vastgesteld door de gemeenteraad. Hierbij hebben we geen wettelijke mogelijkheid om groepen (zoals ondernemers) gedeeltelijk of helemaal vrij te stellen van deze belastingverhoging.

Ook andere gemeenten hebben geen juridische mogelijkheden om ondernemers specifiek vrij te stellen binnen de OZB ‘niet-wonen’. De enige uitzondering is dat de gemeenteraad kan kiezen om de OZB-verhoging niet toe te passen of te beperken voor de hele categorie ‘Niet-wonen’. Dit geldt dan voor alle gebruikers en eigenaren van panden in deze categorie, niet specifiek voor een bepaalde groep.

Wat betekent het ondernemersfonds voor instellingen en organisaties?

Instellingen en organisaties met een niet-woning – zoals scholen, zorginstellingen, kerken of stichtingen – betalen in principe ook de OZB-verhoging. Daarmee worden ze ook deelnemer aan het fonds en kunnen ze zelf projecten indienen of meedoen aan gezamenlijke initiatieven.

Waar mag het geld voor worden gebruikt?

Toelaatbare bestedingen verschillen per gemeente, maar voorbeelden zijn:

  • gezamenlijke promotiecampagnes, zoals Koop Lokaal en arbeidsmarktcommunicatie
  • beveiliging of cameratoezicht op bedrijventerreinen
  • collectieve energieprojecten, laadinfra, groen of afvalbeheer
  • onderwijsprojecten, stages, banenmarkten, open dagen
  • digitaliseringsprogramma’s of innovatie-events
  • investeringen in uitstraling, bereikbaarheid en leefbaarheid

Vrijwel alle bestedingen zijn mogelijk, mits:

  • ze een collectief dienen en door de budgethouder(s) worden goedgekeurd
  • het geen structurele kosten betreffen
  • het betrekking heeft op activiteiten met economisch of maatschappelijk nut.

Kan er gespaard worden binnen het ondernemersfonds?

Ja, er kan gespaard worden in het fonds. Het trekkingsrecht van een gebied blijft ter beschikking staan aan het collectief ter plaatse. En zo lang er geen collectief is zal het trekkingsrecht voor het gebied gereserveerd blijven. Er kan dus gespaard worden voor grotere uitgaven. Oneindig sparen is vanzelfsprekend ook niet de bedoeling. Bij oppotting van ongebruikt trekkingsrecht zal het bestuur contact opnemen met de trekkingsgerechtigde om gezamenlijk te bespreken hoe het fonds beter kan worden gebruikt.

Hoe verhoudt het ondernemersfonds zich tot bestaande initiatieven of subsidies?

Het ondernemersfonds vervangt geen gemeentelijke subsidies, het zogenaamde non-substitutie beginsel. Het ondernemersfonds kan wel aanvullend zijn. Veel projecten worden juist beter uitvoerbaar doordat het fonds:

  • cofinanciering biedt,
  • de eigen bijdrage levert voor regionale of provinciale regelingen,
  • versnelling mogelijk maakt van initiatieven

Naast het non-substitutie beginsel is ook het non-interventie beginsel van toepassing op het ondernemersfonds. Dit houdt in dat de gemeente geen politieke bemoeienis mag hebben met de bestedingen uit het ondernemersfonds.

Waarom onderzoeken we de mogelijkheden voor een ondernemersfonds en niet voor een Bedrijveninvesteringszone (BIZ) voor de bedrijventerreinen?

De gemeente faciliteert het onderzoek naar de mogelijkheden voor een gemeentebreed ondernemersfonds omdat dit voor alle ondernemers (profit en non-profit) in de gemeente kansen kan bieden. Een ondernemersfonds kan grotere projecten of voorzieningen voor álle ondernemers in het betreffende trekkingsgebied of zelfs de hele gemeente ondersteunen.

Een BIZ, oftewel een BedrijvenInvesteringsZone, werkt lokaal/plaatselijk en geldt voor een specifiek gebied zoals een bedrijventerrein of een centrum. In Meierijstad hebben we een aantal BIZ’en, bijvoorbeeld op bedrijventerrein Duin en in het centrum van Veghel en Sint-Oedenrode. Het initiatief voor een BIZ ligt bij de ondernemers zelf, een BIZ vraagt immers om hun instemming. Een BedrijvenInvesteringsZone vult een specifieke vraag in, binnen een afgebakend gebied, binnen een beperkte periode.

Bij een gemeentebreed fonds kijken we juist naar wat collectieve betekenis heeft voor ondernemers en maatschappelijke organisaties in de gehele gemeente of een trekkingsgebied. Dit betekent dat we breder kunnen denken dan voor afzonderlijke gebieden. Een ondernemersfonds is gericht op collectieve meerwaarde, sturing door de betrokken organisaties zelf en samenwerking tussen ondernemers en maatschappelijke organisaties. Dat is ook waarom de gemeente nu dit onderzoek faciliteert. De gemeente ziet maatschappelijke meerwaarde. Overigens is ook een Ondernemersfonds een initiatief van ondernemers zelf. De gemeente onderzoekt niet, dat doet de initiatiefnemer, sinds begin dit jaar met de werkgroep.

Kunnen BIZ en reclamebelasting naast het ondernemersfonds bestaan?

Het centrum van Schijndel kent nu een fonds op basis van reclamebelasting, het centrum van Veghel heeft een BIZ voor gebruikers en een BIZ voor eigenaren en het centrum van Sint-Oedenrode een BIZ voor gebruikers. Daarnaast kent het bedrijventerrein Duin ook een BIZ voor gebruikers.

In vrijwel alle ruim 50 bestaande fondsen waren er bij aanvang al gebieden die over een eigen gebiedsheffing beschikten. De ervaring is dat de gebiedsfondsen en het gemeentebrede fonds prima naast elkaar kunnen bestaan, of dat bestaande heffingen worden vervangen door de heffing voor het ondernemersfonds. Er zijn vier manieren om tot een goede afstemming te komen:

Optie 1
Volledig over op het trekkingsrecht van het ondernemersfonds, de bestaande heffing komt te vervallen. Dat kan alleen als het trekkingsrecht voldoende groot is (minimaal het bestaande budget). De bijdrage per ondernemer loopt dan alleen via het ondernemersfonds. Deze optie is onwenselijk gezien de ambities en plannen van de centra.

Optie 2
Het collectief houdt de bestaande heffing in stand van de BIZ en maakt daarnaast gebruik van het nieuwe trekkingsrecht van het ondernemersfonds. Het budget wordt dan dus groter. De bijdrage per ondernemer neemt dan toe. Deze optie biedt de mogelijkheid om bestaande budgetten en plannen te behouden en daarnaast te beschikken over een extra budget, dat kan worden besteed aan nieuwe (samenwerkings)ambities, zoals extra capaciteit voor de organisatie, het opzetten van bredere activiteiten, meer zichtbaarheid en samenwerkingen waar nu geen ruimte voor is.

Optie 3
De bestaande heffing wordt naar beneden bijgesteld en aangevuld met het trekkingsrecht van het ondernemersfonds. Het budget blijft dan gelijk. De bijdrage per ondernemer blijft dan ook gelijk. Deze optie zou ook kunnen passen bij Meierijstad. Zowel het werkbudget als de bijdrage per ondernemer blijft dan gelijk. Wel vraagt dit om een nadere uitwerking van de verhouding tussen eigenaren en gebruikers. Waarschijnlijk gaan de gebruikers iets minder betalen en de eigenaren iets meer dan nu met alleen de BIZ en de reclamebelasting het geval is.

Optie 4
Het werkgebied van de centrummanagementorganisaties wordt vergroot naar de gehele kern. Daardoor zal een groter budget dan nu in de centra beschikbaar zijn (en groeien aan de hand van een stijgende som van de WOZ-waardes). Dat brengt ook een groter werkgebied dan het nu afgebakende kernwinkelgebied en meer potentiële samenwerkingspartners. Dat biedt kansen, maar is ook een nieuwe situatie ten opzichte van de huidige. Deze optie creëert ruimte om, naast het behoud van de huidige budgetten, gezamenlijk ambities te realiseren op het niveau van de gehele kern en actief samenwerkingen aan te gaan met organisaties buiten het centrum.

Naast de afstemming van het budget, is het dus ook de vraag hoe groot het werkgebied moet worden: blijft dat binnen de huidige grenzen van het centrummanagement en krijgen de rest van de kernen een apart trekkingsrecht uit het fonds? Of wordt elke kern één trekkingsgebied, waarmee het werkgebied van het centrummanagement vergoot wordt en er ook nieuwe gesprekspartners binnen de kernen in beeld komen? Wat zijn wensen en mogelijkheden en kunnen we elkaar vinden in een goede opzet?

Bij alle opties is het wenselijk om professionele krachten in te zetten die het centrummanagement ondersteunen en ontlasten. In de praktijk zien we dat de trekkingsrechten inhoudelijk bepalen waar de budgetten aan worden besteed. Voor het centrummanagement zijn die al bepaald in een meerjarenagenda. Afhankelijk van de keuze voor één van de vier opties hierboven kunnen daar activiteiten bijkomen, waarvoor dan binnen de middelen van het ondernemersfonds ook extra capaciteit is in te zetten, als dat nodig is.

In onderstaande tabel zijn de bedragen opgenomen waar het om gaat in de huidige BIZ en reclamebelasting en bij een mogelijk ondernemersfonds. Bij het ondernemersfonds is eerst het huidige BIZ-gebied opgenomen en vervolgens de hele kern (inclusief BIZ-gebied). Hierbij gaan we uit van een bijdrage van € 60 per € 100.000 WOZ-waarde.

Huidige opbrengst
Gebied
Opbrengst ondernemersfonds
€ 165.000
Centrum Veghel (BIZ)
€ 31.200 voor BIZ-gebied
€ 132.000 voor kern Veghel
€ 60.000
Centrum Sint-Oedenrode (BIZ)
€ 33.600 voor BIZ-gebied
€ 72.000 voor kern Sint-Oedenrode
€ 100.000
Centrum Schijndel (Reclamebelasting)
€ 22.800 voor reclamebelastinggebied
€ 80.000 voor kern Schijndel

Zou een BIZ voor bedrijventerreinen een betere oplossing zijn en moet die optie worden onderzocht?

De oplossingen voor de uitdagingen die bij ondernemers op de bedrijventerreinen spelen liggen niet alleen op de bedrijventerreinen, maar gemeentebreed, in alle sectoren. Connecties, samenwerking en projecten met andere ondernemersgroepen en maatschappelijke instellingen kunnen bijdragen aan oplossingen. Deze verbindende kracht is een groot voordeel van een ondernemersfonds t.o.v. een BIZ. Het onderzoek naar de mogelijkheden van een ondernemersfonds is een initiatief van ons bedrijfsleven. Als zij ook de mogelijkheden van een BIZ willen onderzoeken, staat hen dat vrij.

Wat is de meerwaarde van het ondernemersfonds ten opzichte van de reeds bestaande instrumenten BIZ en de reclamebelasting?

Het functioneren van een BIZ of reclamebelasting staat niet ter discussie. De instrumenten kunnen naast elkaar bestaan en elkaar aanvullen. Een BIZ geldt alleen voor een bepaald gebied, zoals een centrum of bedrijventerrein. De ondernemers in dit gebied beslissen samen of zij een BIZ willen en waar het geld voor wordt gebruikt. Dit maakt een BIZ een lokaal instrument, gericht op een specifiek gebied.

Een ondernemersfonds is breder. De projecten en initiatieven kunnen opgepakt worden voor álle ondernemers in de hele gemeente Meierijstad, of voor een bepaald trekkingsgebied. Dat overigens gelijk kan zijn aan het gebied van een BIZ. Een BIZ geldt overigens steeds maar voor 5 jaar en is daardoor een minder zekere vorm van financiering. Na 5 jaar moet er opnieuw een stemming plaatsvinden.

Reclamebelasting is een belasting die wordt geheven op reclame-uitingen van bedrijven. Ook hier geldt dat de opbrengst vaak lokaal wordt ingezet, bijvoorbeeld in een centrumgebied. Het nadeel van reclamebelasting is dat het niet alle ondernemers bereikt, omdat niet ieder bedrijf reclame-uitingen heeft.

Een ondernemersfonds biedt een eerlijke bijdrage van álle ondernemers in de niet-woning categorie. De opbrengsten kunnen breed worden ingezet, ook voor samenwerking, innovatie en plannen die belangrijk zijn voor de hele gemeenschap/trekkingsgebied. Juist vanwege de uitdagingen die nu al, maar zeker ook in de toekomst, op ondernemers en maatschappelijke instellingen afkomen, is een gemeentebreed ondernemersfonds een goed en duurzaam instrument. Daarbij kun je denken aan verduurzaming en de energietransitie, de samenwerking tussen bedrijven en het onderwijs, mobiliteitsoplossingen, de uitdagingen in de zorg, samenwerking tussen ondernemers uit de agrarische sector en op de bedrijventerreinen met betrekking tot groen gas, onderlinge kennisdeling, facilitering van startende ondernemers in alle sectoren, etc.

Organisatie

Wie beslist over de besteding van het geld?

De middelen worden door de gemeente overgemaakt naar een onafhankelijke stichting of vereniging, bijvoorbeeld de (nog op te richten) Stichting Ondernemersfonds Meierijstad. Die stichting:

  • heeft een bestuur dat representatief is voor de lokale ondernemers en instellingen;
  • werkt met gebiedsgerichte trekkingsrechten (bijvoorbeeld per bedrijventerrein, centrum, kern of sector);
  • legt jaarlijks verantwoording af over de inkomsten en uitgaven aan de deelnemers en aan de gemeente.

Per trekkingsgebied wordt besloten over de voor dat trekkingsgebied beschikbare middelen. Het bestuur van de Stichting doet de feitelijke betalingen. De gemeenteraad stelt alleen de OZB-verordening en de samenwerkingsovereenkomst vast.

Wat zijn de taken van het bestuur?

Het ondernemersfonds is een stichting met bestuursleden. Het bestuur heeft ten minste vier taken:

  • Financieel beheer, deugdelijke technische inrichting van het fonds, administratief verwerken van de aanvragen en toezien op de rechtmatigheid van bestedingen
  • Ondersteunen van de collectieven en adviesraad, informatievoorziening en kennisoverdracht, en waar nodig ondersteunen van individuele initiatiefnemers bij het formuleren van voorstellen
  • Stimuleren van organisatie in met name de nu nog ongeorganiseerde gebieden, bieden van inspiratie en praktijkervaring uit andere fondsen
  • Contact met de gemeente, verantwoording afleggen met jaarverslagen

Wie zitten er in het bestuur?

Er is op dit moment nog geen bestuur. Normaal gesproken zijn de bestuursleden betrokken inwoners van de gemeente, hebben ze affiniteit met de verschillende deelnemers, zijn ze onafhankelijk en worden zij ook erkend door de deelnemende partijen.

Wie controleert het bestuur?

Dit kan bijvoorbeeld ingevuld worden door een adviesraad, een representatieve afvaardiging van de verschillende groepen ondernemers/maatschappelijke organisaties die meebetalen aan het ondernemersfonds. Het fondsbestuur legt ieder jaar verantwoording af aan de adviesraad. De adviesraad is tevens het knooppunt van uitwisseling binnen het fonds. Op deze plek worden kennis en praktijkervaringen met elkaar gedeeld. Het fonds legt daarnaast ieder jaar verantwoording af aan de gemeente aangezien het fonds met publieke middelen wordt opgebracht. Er komt een jaarverslag met een accountantsverklaring.

Hoe hoog zijn de overheadkosten van het fonds?

We ontkomen niet aan het maken van enige centrale kosten. Voor goede technische inrichting van het fonds, voor de communicatie en website, voor een goede verantwoording met accountantscontrole, voor een aanjaagfunctie en eventueel voor een secretariaat. De ‘vuistregel’ in het land is dat circa 6% van het fonds nodig is voor centrale kosten.

Dit percentage geldt vooral voor de al langer lopende fondsen. Zeker in de aanloop zijn er eenmalige opstartkosten, zoals de oprichting van de stichting, opzet van website en communicatie, opzet van de boekhouding, aanhouden van een weerstandsreserve, eventuele inhuur van btw-deskundigheid om btw plichtig te worden verklaard, et cetera.

In eerdere berekeningen is een minimale variant gehanteerd, met 2% van het jaarlijkse fondsbudget (€ 32.000). In die variant wordt er vanuit gegaan dat vrijwel alle activiteiten binnen de trekkingsgebieden zelf worden bekostigd en uitgevoerd en dat het Stichtingsbestuur alleen de noodzakelijke werkzaamheden uitvoert.

Wie mag aanvragen indienen bij het fonds?

Aanvragen kunnen worden gedaan door:

  • lokale ondernemersverenigingen of bedrijventerreinverenigingen,
  • samenwerkingsverbanden van ondernemers en instellingen,
  • sector- of thematische groepen (zoals detailhandel, agrofood, techniek),
  • incidenteel ook stichtingen of organisaties met een duidelijk economisch doel.

De partij(en) die verantwoordelijk zijn voor de besteding van de middelen binnen het trekkingsgebied toetsen of de aanvraag past binnen de doelstellingen en spelregels.

Zijn er criteria waaraan mijn aanvraag moet voldoen?

We willen het proces van aanvragen niet te ingewikkeld maken. Een te grote bureaucratie werpt te veel drempels op voor ondernemers en maatschappelijke partijen om met goede aanvragen te komen. Tegelijkertijd dienen we wel zorgvuldig om te gaan met het budget, het is immers collectief investeringsgeld. We zijn voornemens daarom een aantal algemene criteria te hanteren.

Voor aanvragen binnen een trekkingsrecht gelden de volgende criteria:

  • De aanvraag is representatief voor het betrokken gebied;
  • De activiteit dient een collectief doel in de gemeente;
  • De activiteit moet nog plaatsvinden;
  • De keuze voor de activiteit is op democratische wijze tot stand gekomen, c.q. de trekkingsgerechtigde partij moet achter het plan staan;
  • De activiteit betreft geen reguliere gemeentelijke taak, met andere woorden het is een aanvullende activiteit;
  • De activiteit conflicteert niet met andere activiteiten in de gemeente;
  • Er is voldoende budget binnen het fonds beschikbaar om de activiteit te kunnen betalen;
  • De aanvraag dient niet om exploitatietekorten te dekken;
  • We hebben een sterke voorkeur voor het inschakelen van lokale bedrijven/dienstverleners bij de uitvoering van het voorstel vanuit de ‘koop lokaal’ gedachte;
  • De aanvraag dient onderbouwd te worden met een gespecificeerde begroting.

Voor gemeentebrede aanvragen gelden aanvullend de volgende criteria:

  • De activiteit dient een collectief doel met een gebiedsoverstijgend karakter;
  • De besturen van de trekkingsgerechtigden die participeren moeten instemmen met het voorstel.

Wat is de rol van de gemeente?

Voor verhoging van de OZB niet-woningen is instemming door de gemeenteraad nodig.

Na invoering van het ondernemersfonds is de rol van de gemeente als volgt:

  • int de OZB en stort het afgesproken bedrag in het fonds
  • houdt toezicht op rechtmatigheid en transparantie
  • sluit een meerjarige samenwerkingsovereenkomst met het fonds
  • kan samen met ondernemers deelnemen aan gezamenlijke projecten.

De gemeente beslist niet over individuele projecten, maar blijft partner in uitvoering en verantwoording.

Is draagvlak onder ondernemers en instellingen een vereiste voor invoering?

Hoewel wettelijk geen vereiste, is draagvlak wenselijk. Er is gesproken met vele ondernemers vertegenwoordigende organisaties en maatschappelijke instellingen. Draagvlak wordt niet gemeten in percentages, maar in vertrouwen en argumentatie.

Hoe wordt verantwoording afgelegd?

Het fonds stelt jaarlijks:

  • een jaarverslag en jaarrekening op
  • een activiteitenverslag met gerealiseerde projecten

Deze stukken worden gedeeld met de deelnemers en de gemeente, en in veel gemeenten ook gepubliceerd op een website.

Overig

Moet over invoering van het ondernemersfonds gestemd worden?

Nee, een stemming is geen onderdeel van het proces. Er wordt gedurende het proces met een groot aantal ondernemers vertegenwoordigende organisaties en instellingen gesproken en bij hen wordt ook draagvlak en betrokkenheid gepolst. Ook individuele ondernemers worden via bijeenkomsten en publicaties op de hoogte gesteld van het proces en de gevolgen voor hen. De enige stemming die plaatsvindt, is de stemming door de gemeenteraad over invoering van het ondernemersfonds.

Hoe lang loopt het fonds?

De meeste gemeenten kiezen voor een meerjarige looptijd van bijvoorbeeld 5 jaar, met een tussentijdse evaluatie. Na deze periode wordt het fonds geëvalueerd op effectiviteit, draagvlak en samenwerking. De gemeenteraad beslist vervolgens over verlenging of aanpassing. Op dit moment zijn er ook gemeenten die – op verzoek van ondernemers en instellingen en na een initiële periode van enkele jaren – besluiten om het ondernemersfonds een permanente status te geven.

Hoe wordt ervoor gezorgd dat alle ondernemers, groot en klein, kunnen profiteren van het fonds?

Iedereen met zakelijk vastgoed draagt bij en heeft inspraak. Door schaalvoordelen, kostenbesparingen en een goed vestigingsklimaat voor ondernemers en inwoners , kunnen ook kleinere ondernemers profiteren. Het fonds is juist bedoeld om collectieve belangen te dienen.

Is er voldoende inzicht in wat het fonds concreet oplevert voor de lokale ondernemers (horeca en winkels)?

Ja, een dergelijk fonds is inmiddels in meer dan 50 gemeenten ingevoerd en in geen enkele gemeente na invoering beëindigd (op een gemeente na die ging fuseren). Voorbeelden uit andere gemeenten tonen aan dat ondernemers en maatschappelijke instellingen (waaronder horeca en winkels) profiteren van promotie, evenementen, sfeerverlichting, leegstandsbeheer en gezamenlijke marketing. Ook in Meierijstad zouden dit bestedingsdoelen kunnen zijn.

Zijn er voorbeelden van andere gemeenten?

Jazeker, in meer dan vijftig gemeenten in Nederland is inmiddels een ondernemersfonds ingevoerd. Zie hier een uitgebreid document met links naar voorbeelden van projecten binnen vele verschillende ondernemersfondsen in Nederland.